Een zoektocht naar woonruimte in Toronto voert langs huizen van immigranten uit alle windstreken. De Canadese stad staat bekend als een van de meest multiculturele steden ter wereld. Vipool, Wolfgang, Ellie, Bruno, Sima en Vish wonen er vreedzaam samen. Of leven ze eigenlijk langs elkaar heen?

Door Frank Kuin

Toronto. ,,Diversiteit is onze kracht.” Dat is de slogan van de Canadese stad Toronto, een metropool die zichzelf aanprijst als een van de meest multiculturele ter wereld. Alle mogelijke nationaliteiten, religies en huidskleuren kom je er tegen.

Het motto van Toronto: 'Diversity Our Strength'.

Het motto van Toronto: ‘Diversity Our Strength’.

Op het eerste gezicht is die diversiteit inderdaad onontkoombaar, zo ondervond ik de afgelopen weken tijdens een zoektocht naar woonruimte in Toronto. Nog voordat ik vijf appartementen had gezien, was ik al in contact gekomen met mensen uit drie verschillende continenten. Ik had nauwelijks een serie meer uiteenlopende verhuurders kunnen treffen als ik op zoek was geweest naar een kamer in het gebouw van de Verenigde Naties.

Zo was er Vipool, een man uit India die een huurder zocht voor de begane grond van een huis in wat hij ,,de oudste straat van Toronto” noemde. Ellie, een Chinese, moest haar peuter verschonen voordat ze de woning kon laten zien. Grace, met Slavisch accent, had een flat in een gebouw uit de jaren vijftig in de aanbieding. Montgomery, een zwarte man, liet via een klusjesman weten dat hij ,,net even de deur uit” was voor een boodschap. En Sima, een jonge vrouw met Midden-Oosterse achtergrond, toonde een etage terwijl haar vader wachtte in de auto.

Christine had een advertentie gezet op internet; haar ouders kwamen mij hun appartement laten zien aan de Danforth, een van de hoofdstraten van oostelijk Toronto, in een wijk met een hoog aantal bewoners van Griekse afkomst. Zij waren Chinees. In 1988 hadden ze het gekocht, vertelde hij. Aardige flat op een mooie lokatie. Jammer dat de woonkamer geen ramen had.

Niet ver bij hen vandaan onderhield Wolfgang, een Duitser van ergens in de vijftig, op piekfijne wijze een prachtige Victoriaanse villa, verdeeld in vier appartementen. Het tweekamerappartement onder het dak was klein maar fijn. Hij was op zoek naar een rustige, vrijgezelle huurder, voor tenminste twee jaar. Mij wilde hij de sleutel zo geven. Integratieproblematiek in onze landen van herkomst kwam ter sprake. Hij gaf de voorkeur aan Canada, zei hij. ,,Ik ben hier gelijk aan iedereen, en iedereen is gelijk aan mij.”

Op huizenjacht in multicultureel Toronto. Op de achtergrond de kenmerkende CN Tower.

Op huizenjacht in multicultureel Toronto. Op de achtergrond de kenmerkende CN Tower.

Vish, een jonge man die oorspronkelijk uit India kwam, was op zoek naar iemand om een enorm, stijlvol appartement in het hart van Toronto mee te delen. Houten vloeren, spaarzaam ingericht, open haard, uitzicht op een park. Hij zat in muziekmanagement, zei hij, en werkte af en toe op zijn laptop in de woonkamer. De diversiteit hier? Ja, hij vond het een prima klimaat. Hij lette er eigenlijk niet zo op, het sprak min of meer voor zich.

Bruno, een oudere Italiaan, trof ik op het voorportaal van zijn huis in Little Italy. Een sigaret zat hij te roken, zijn dikke buik in een wit hemd zonder mouwen. ,,Binnen mag niet gerookt worden”, waarschuwde hij. En eh, oh: hij wilde alleen contanten. Op die manier hoefde hij geen belasting te betalen. Boven bonkte hij op een deur. ,,Maria, opstaan! Ik laat het appartement zien!” Een vrouwenstem gaf hem van leer. ,,Bruno, aspetta!” Ze verscheen in pyjama uit een slaapkamer met alleen een paar dekens op de grond. Het was tegen het einde van de middag.

Zo ging het verder. Susan had mij al gegoogled toen ik aan onze e-mails gevolg gaf met een telefoontje. Ik was toch geen Palestijn, wilde ze weten. Ze had mijn naam in verband gebracht met een universiteit in Montreal met een groot aantal Palestijnse studenten. Enkele jaren geleden verhinderde een aantal van hen een spreekbeurt van Benjamin Netanyahu. Als Joodse had ze dat op de voet gevolgd.

,,Ik ben hier gelijk aan iedereen, en iedereen is gelijk aan mij”

Howard, een man met een Australisch accent, toonde een puinhoop van een huis, dat ik kon krijgen voor hoe kort of lang ik maar wilde. Hij had in zijn jonge jaren een tijdje in Denemarken gebivakkeerd, vertelde hij. ,,Ik zocht mijn toevlucht bij een vriend in Århus.”

Zo trok ik van huis naar huis en van land naar land. En ik vroeg me af: leven ze echt allemaal vreedzaam samen, Vipool, Wolfgang, Ellie, Bruno, Sima, Vish? Of leven ze eigenlijk langs elkaar heen? Worden ze inderdaad gebonden door het feit dat ze allemaal Canadees zijn, sommigen sinds hun geboorte, velen als gevolg van een bewuste keuze? Delen ze daadwerkelijk Canadese basiswaarden als accommodatie, tolerantie en respect? Of is de enige accommodatie die hen wat kan schelen het appartement dat maandelijks 1.200 dollar moet opbrengen?

Ik hoop er beter inzicht in te krijgen tijdens mijn verblijf in het multiculturele wereldhotel. Dat zal overigens zijn in het huis van Karl, een jonge Canadees met ouders van Vlaamse en Duitse oorsprong. Hij gaat voor langere tijd naar Fiji, en verhuurt in die tijd zijn woning in Leslieville, een oude buurt in oostelijk Toronto. Er is een Chinees winkeltje in de straat, Little India is om de hoek. En vanaf een nabije halte rijdt de tram naar alle mogelijke windstreken.

Tagged with:
 

Geef een reactie

Your email address will not be published. Required fields are marked *